De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Provinciaal reglement betreffende het stimuleren van projecten waarin de relatie wonen-zorg centraal staat

Besluit van 16 december 2015

De provincieraad van Limburg

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 2 “Sociaal Limburg”
  • actieplan 2016000001 “Wonen voor doelgroepen”
  • actie 2016000008 “Verlenen van subsidies aan projecten met betrekking tot wonen voor doelgroepen”;

Overwegende dat binnen het provinciale woonbeleid wordt gestreefd naar het verbeteren van de kwaliteit van wonen voor alle Limburgers en naar het ontwikkelen van een algemeen inclusief beleid dat gericht is op alle groepen van de samenleving;

Overwegende dat de provincie maximale kansen wenst te bieden voor integratie van groepen met een specifieke woon- en zorgbehoefte;

dat “leven zoals iedereen” de norm wordt, in plaats van te “verblijven” in een instelling;

Gelet op de resultaten van het masterplan Ouderenzorg in Limburg 2014-2030, waaruit de nood aan aangepaste woningen voor ouderen en/of innovatieve vormen van wonen en/of zorgwonen blijkt;

Gelet op het zorgregierapport van 31 december 2014 opgemaakt door het Coördinatiepunt Handicap, waarin een nood aangetoond wordt aan aangepaste handicap specifieke infrastructuur voor personen met een mentale handicap en ernstige gedragsproblemen;

Overwegende dat deze infrastructuur niet beschikbaar is op de reguliere woonmarkt;

Overwegende dat de financiering vanuit het Vlaamse welzijnsbeleid van aangepaste woonvormen voor bepaalde doelgroepen (ouderen, personen met een handicap, gezinnen en alleenstaanden met kinderen in een crisissituatie, personen met behoefte aan woonbegeleiding, …) onvoldoende is;

dat de sociale huisvestingssector steeds meer wordt aangesproken door de welzijnssector om aangepaste woonvormen te bouwen;

Overwegende dat het om bovenvermelde redenen aangewezen is om over te gaan tot de vaststelling van een subsidiereglement;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 2016/664020/4/0119/2SA2500o “Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Overige algemene diensten/wonen-zorg” van het provinciebudget en het meerjarenplan;

Gelet op de budgetsleutel 2016/664020/4/0119/2RU2500o “Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Overige algemene diensten/wonen-zorg” van het provinciebudget en het meerjarenplan;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan initiatiefnemers van bouwprojecten voor personen met een kwetsbaarheid uit de sectoren ouderen, personen met een handicap, geestelijke gezondheid of integrale jeugdhulp voor de realisatie van betaalbare projecten waarin de relatie wonen-zorg centraal staat.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

§1 Initiatiefnemer:

  • de door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM´s)
  • de gemeenten, de verenigingen van gemeenten (intergemeentelijke samenwerkingsverbanden) en gemeentelijke verzelfstandigde agentschappen
  • de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW´s) en verenigingen van OCMW´s
  • het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW)
  • de door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) vergunde aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke en/of rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning
  • elke andere initiatiefnemer met een erkenning in de welzijnssector die de intentie heeft om een woon-zorgproject onder de voorwaarden van dit reglement te realiseren
  • privaatrechtelijke rechtspersonen zonder winstoogmerk

en waarvan de maatschappelijke zetel gelegen is in de provincie Limburg (B).

§2 Woon-zorgproject: nieuwbouw, aankoop of verbouwing die aanleiding geeft tot minstens 3 en maximaal 15 extra woonzorgeenheden zoals bedoeld in §3, die al dan niet deel uitmaken van een ruimer woonproject.

§3 Woon-zorgeenheid: elke wooneenheid, die permanent ter beschikking wordt gesteld van een alleenstaande of een gezin, waarvan ten minste één persoon zorgbehoevend is. Aan deze wooneenheid is een zorgaanbod gekoppeld.

De woon-zorgeenheden moeten bestaan uit:

  • een leefruimte en een kookruimte, al dan niet geïntegreerd
  • een slaapruimte
  • een toilet
  • aangepaste badgelegenheid
  • een permanent alarmeringssysteem en de zekerheid dat er in crisissituaties hulp en zorg zal verleend worden (crisiszorg).

De individuele woon-zorgeenheden moeten minstens voldoen aan de minimumwoonoppervlaktenormen opgenomen in de concepten voor sociale woningbouw van de VMSW en zijn gebouwd volgens de principes van de Ontwerpgids meegroeiwonen (Enter vzw) zodat er optimaal zorgen en diensten kunnen verleend worden aan de bewoners.

Onder zorgbehoevend wordt verstaan:

  • personen met een zware of langdurige zorgbehoefte, die in aanmerking komen voor een tenlasteneming in de zorgverzekering
  • personen met een handicap die een budgetcategorie voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp hebben toegewezen gekregen door het VAPH EN met dit budget een beroep doen op een VAPH vergunde aanbieder van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning
  • personen met een handicap die gebruik willen maken van handicapspecifieke rechtstreeks toegankelijke hulp en hiervoor een beroep doen op een VAPH vergunde aanbieder van rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning.

§4 Zorgverstrekker: de organisatie die (een deel of het geheel van) het zorgaspect van de kandidaat-bewoners van de te realiseren woon-zorgeenheden garandeert en voor haar rekening neemt.

§5 Samenwerkingsovereenkomst: een gedateerde en door alle betrokken partijen ondertekende overeenkomst tussen:

  • de subsidieaanvrager
  • minimaal één zorgverstrekker.

Deze samenwerkingsovereenkomst bevat de volgende elementen:

  • de intentie tot de realisatie van het woonzorgproject
  • een beschrijving van de engagementen die alle partijen zullen aangaan
  • een beschrijving van de manier waarop de woonzorgeenheden zullen worden toegewezen en een beschrijving van de beoogde doelgroep
  • een beschrijving van de manier waarop de zorg voor de beoogde doelgroep wordt georganiseerd en op welke wijze dit is gegarandeerd
  • een beschrijving van de manier waarop de beoogde doelgroep zo lang mogelijk en/of zo lang als gewenst zal kunnen verblijven in de toegewezen woon-zorgeenheid
  • een beschrijving van de manier waarop er een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte zal worden aangeboden en een beschrijving van het dagactiviteitenprogramma dat hier kan plaatsvinden zoals omschreven in §6.

§6 Gemeenschappelijke ontmoetingsruimte: ruimte die geïntegreerd is in het woon-zorgproject of op wandelafstand bereikbaar is voor de bewoners van het woon-zorgproject en die tevens toegankelijk is voor buurtbewoners en/of lotgenoten; waar een dagactiviteitenprogramma ter bevordering van sociale netwerkvorming kan plaatsvinden in samenwerking met een dienstencentrum en/of andere organisaties die actief zijn op dit terrein en waar facultatief maaltijden kunnen worden genuttigd.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de aanvrager moet behoren tot één van de categorieën, zoals omschreven in artikel 2 §1
  • de aanvrager moet zijn maatschappelijke zetel en werking hebben in Limburg (B)
  • de aanvrager moet een structureel samenwerkingsverband aangaan met minimaal één ervaren en erkende zorgverstrekker zodat continue zorgverstrekking gegarandeerd is in dit woon-zorgproject
  • de aanvrager moet voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het investeringsproject moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het woon-zorgproject aan alle volgende voorwaarden voldoen:

  • gelegen zijn op het grondgebied van de provincie Limburg (B)
  • passen in de lokale woon- en zorgvisie en/of afgestemd zijn op het betreffende lokale bestuur
  • passen in de visie van de Vlaamse overheid
  • gericht zijn op de doelgroep personen met een kwetsbaarheid uit de sectoren ouderen, personen met een handicap, geestelijke gezondheid of integrale jeugdhulp met een zorgbehoefte zoals gedefinieerd in artikel 2 §3
  • op vlak van wonen en woonkwaliteit: een bijdrage leveren aan een inclusief woonaanbod waarbij wonen met zorg in de gewone leef- en woonomgeving mogelijk is
  • op vlak van zorg: een divers en kwaliteitsvol aanbod van zorg op maat, dat zo dicht mogelijk bij huis wordt aangeboden, verhogen
  • op vlak van welzijn: een (blijvende) deelname aan het sociale leven stimuleren en zich richten op de woonnoden en zorgbehoeften van de (financieel) meest zwakken in de samenleving
  • bestaan uit minstens 3 woon-zorgeenheden en een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte zoals omschreven in artikel 2 §2 en artikel 2 §6
  • voldoende toegankelijk zijn voor personen met een beperking
  • voldoende duurzaam zijn
  • een maatschappelijke behoefte invullen en gedragen zijn door het werkveld; deze nood moet kwalitatief en kwantitatief gestaafd worden
  • op basis van een samenwerkingsovereenkomst zoals omschreven in artikel 2 §5 het woon-zorgproject realiseren
  • de zorg voor de beoogde doelgroep garanderen
    Dit zorgaanbod moet ten minste bestaan uit:
    • aangepaste huisvesting, waarvan de individuele woonzorgeenheden minstens voldoen aan de minimumwoonoppervlaktenormen opgenomen in de concepten voor sociale woningbouw van de VMSW en gebouwd volgens de principes van de Ontwerpgids meegroeiwonen (Enter vzw ), zoals omschreven in artikel 2 §3
    • zorg die, op verzoek van de gebruiker, wordt aangeboden afhankelijk van de vastgestelde behoeften
    • het scheppen van voorwaarden tot sociale netwerkvorming
    • onmiddellijke hulp in noodsituaties
    • vrije keuze van zorg en de verstrekker van die zorg die de bewoner wenst
  • de toewijzing van sociale (assistentie)woningen gebeurt in overeenstemming met het lokale gevoerde toewijzingsbeleid inzake sociale huisvesting
  • nog niet voltooid zijn op het moment van de aanvraag
  • stedenbouwkundig vergund zijn of worden, indien het project vergunningsplichtig is.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 5: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Elektronische indiening geniet de voorkeur. Bijlagen die bij de aanvraag behoren en die niet-elektronisch worden ingediend, mogen eveneens per post worden ingediend.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet uiterlijk 1 april van het lopende jaar ingediend worden.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:
Dienst Wonen voor Doelgroepen
provincie Limburg
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. 011 23 72 80
E-mail wonen@limburg.be
Website www.limburg.be/subsidies

Artikel 6: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier (te verkrijgen via bovenstaande contactgegevens)
  • een begroting van ontvangsten en uitgaven van de investeringen zoals vermeld in het aanvraagformulier
  • de nodige bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager behoort tot één van de categorieën, zoals omschreven in artikel 2 §1
  • een liggingsplan met aanduiding van:
    • de inplanting van het project ten opzichte van de dichtstbijzijnde woonkern
    • de omliggende sociale en/of zorgvoorzieningen, vrije beroepen gelinkt aan zorg, handelszaken verwant aan zorgverlening, vrijetijds- en ontmoetingsmogelijkheden, primaire diensten (bank, post, sociaal huis, politie, gemeentelijke diensten, …), eet- en drinkgelegenheden, openbaar vervoer en bestaande woningen
    • de inplanting van de organisatie(s) die als zorgverstrekker zal/zullen optreden
  • een kadasterplan met aanduiding van de afbakening van het terrein met een lijst van de betrokken percelen met vermelding van de perceelnummers en de oppervlakte
  • een schetsontwerp waaruit het aantal woonzorgeenheden, de indeling van de woonzorgeenheden en de gemeenschappelijke ruimten blijkt of, indien dit reeds aanwezig mocht zijn, een kopie van de stedenbouwkundige vergunning
  • een kopie van de verslagen van het gemeentelijk woonoverleg en/of gemeentelijke beleidsdocumenten waaruit blijkt dat het project een bijdrage levert aan de lokale beleidsvisie op vlak van wonen, ruimtelijke ordening, sociaal beleid, … en onderwerp heeft uitgemaakt van een gemeentelijk woon- en/of zorgoverleg
  • een overeenkomst tussen de aanvrager en het extern verzelfstandigd agentschap (eva) Toegankelijk Vlaanderen, Belgiëplein 1 te 3510 Hasselt. Deze overeenkomst bevat afspraken met betrekking tot de tijdstippen waarop de aanvrager een beroep zal doen op de begeleiding van het eva Toegankelijk Vlaanderen. Een modelovereenkomst kan bij het eva Toegankelijk Vlaanderen verkregen worden. Deze overeenkomst voorziet een begeleiding doorheen het volledige bouwproces m.a.w. van voorontwerpfase tot en met oplevering
  • een overeenkomst tussen de aanvrager en het Steunpunt Duurzaam Bouwen Limburg (DuboLimburg), GreenVille, Centrum-Zuid 1111, Houthalen-Helchteren
  • een bewijs van eigendomstitel (aankoopakte, erfpachtakte, akte recht van opstal, …) of een beschrijving van de manier waarop men dit gaat verwerven
  • een kopie van de samenwerkingsovereenkomst(en) zoals bepaald in artikel 2 §5
  • een financieringsplan van het woonzorgproject met inbegrip van de nodige stavingsdocumenten
  • de nodige documenten om de financiële draagkracht van de initiatiefnemer aan te tonen (solvabiliteitsratio, eigen vermogen, …)
  • de woon-zorgprojecten, gerealiseerd door een sociale huisvestingsmaatschappij, moeten volgende documenten nog extra indienen: een kopie van de college- of raadsbeslissing van de betrokken gemeente waaruit blijkt dat de procedure voor het opstellen of aanpassen van een lokaal toewijzingsreglement in het kader van het Vlaamse Kaderbesluit Sociale huur wordt gestart, om de toewijzing van sociale huurders in het woon-zorgproject mogelijk te maken
  • de aanvragers met een privaatrechtelijk statuut moeten volgende documenten nog extra indienen: de statuten en de samenstelling van de Raad van Beheer.

Bij een elektronische aanvraag geldt het mailbericht als ondertekening.
Het aanvraagformulier kan op het adres vermeld in artikel 5 opgevraagd worden of kan van de bovenvermelde website worden gehaald.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 7: toetsing op tijdigheid

Aanvragen die buiten de termijn vermeld in artikel 5 werden ingediend, komen in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
De postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst bij het bestuur geldt als datum voor de toetsing.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 8: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 9: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project inhoudelijk en financieel moet voldoen

Nadat de aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement, wordt door de deputatie beslist of een ingediend woon-zorgproject in aanmerking komt voor de investeringssubsidie. Hiervoor kan ze een rangschikking opmaken waarin rekening gehouden wordt met volgende criteria:

  • de mate waarin het woonzorgproject een bijdrage levert aan de gemeentelijke visie op vlak van wonen, ruimtelijke ordening, welzijn en (ouderen)zorgbeleid
  • de mate van overeenstemming van het project met de Vlaamse visie
  • de mate waarin het project een meerwaarde biedt voor het woonzorgaanbod op lokaal en/of regionaal niveau
  • de mate van kleinschaligheid, rekening houdende met het karakter van de locatie: kleinschalige projecten krijgen de voorkeur
  • de mate waarin het project een aangename woonkwaliteit en woonomgeving realiseert voor de doelgroep
  • de mate van aandacht voor toegankelijkheid, aanpasbaarheid of bezoekbaarheid van de wooneenheden
  • de mate waarin het woon-zorgproject streeft naar het invullen van aspecten van duurzaam bouwen en hergebruik van bestaande bebouwing
  • de mate waarin het project is ingeplant op een weloverwogen locatie, in de nabijheid van voorzieningen
  • de mate van inbreidingsgerichtheid: inbreidingsgerichte projecten krijgen de voorkeur
  • de mate van regionale spreiding: bij de keuze van projecten wordt een spreiding van projecten binnen de provincie nagestreefd
  • van algemene aspecten van ruimtelijke ordening
  • de mate van technologische en sociale innovatie, waaronder
    • slimme ordening van infrastructuur, bebouwing en openbare ruimte
    • slim gebruik van intellectueel en sociaal kapitaal
    • slimme inzet van ICT en Smart City-technologie
  • de mate van spreiding over sectoren: bij de keuze van projecten wordt een spreiding van projecten over de verschillende doelgroepen nagestreefd
  • de mate van inclusie en leveren van zorg op maat voor verschillende doelgroepen in de gewone woon- en leefomgeving
  • de mate waarin een ruim samenwerkingsverband rond wonen en zorg wordt uitgebouwd en de mate waarin aan een woon-zorgnetwerk wordt gewerkt
  • de mate van gedragenheid door de bestaande netwerk- of overlegstructuren
  • waarin het project op een korte termijn kan gerealiseerd worden: projecten met een kortere realisatietermijn krijgen de voorkeur
  • de mate van kostenefficiëntie
  • de kostprijs van het project: de beschikbare kredieten voor de subsidiëring en de kosten/baten-verhouding van het project bepalen mee de keuze
  • de mate van betaalbaarheid voor de eindgebruiker/bewoner.

Artikel 10: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de rangschikking zoals omschreven in artikel 9.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 11: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.
De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

Deze beslissing blijft twee jaar geldig. Tijdens deze periode moet de aanvrager het nodige doen om, indien dit nog niet voorhanden zou zijn, een stedenbouwkundige vergunning te verkrijgen én de werken aan te vatten. In geval van overmacht waarbij omstandigheden buiten de wil van de aanvrager kunnen worden aangetoond, kan een gemotiveerde aanvraag tot verlenging van deze termijn worden ingediend bij de dienst Wonen voor Doelgroepen. De deputatie kan dan beslissen om de geldigheidsduur van de beslissing tot toekenning van een subsidie met een passende termijn te verlengen.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 12: bepaling van het subsidiebedrag

De subsidie bedraagt 6.500,00 euro per woon-zorgeenheid.

Er kunnen maximum 15 woonzorgeenheden per woon-zorgproject gesubsidieerd worden.
Er kan slecht één woon-zorgproject binnen dezelfde woonkern en bestemd voor eenzelfde doelgroep, door dezelfde aanvrager worden ingediend binnen de duurtijd van dit reglement.

De som van de subsidies die de aanvrager van andere overheden en van de provincie ontvangt, kan in totaal niet meer dan 100 % van de kostprijs van het woon-zorgproject bedragen.

Artikel 13: maximumsubsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 97.500,00 euro per aanvraag.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 14: wijze van betaling

Het toegekende subsidiebedrag wordt in twee schijven betaald.
Een eerste schijf van 80 % wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het voorschot vermeld in artikel 15 zijn vervuld.
Het saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo vermeld in artikel 16 zijn vervuld.

Artikel 15: voorwaarden tot betaling van het voorschot

Binnen twee jaar te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het besluit van de deputatie waarin de subsidie werd toegekend of desgevallend binnen de termijn van de verlenging van de geldigheidsduur ervan, moet een aanvraag tot betaling van de eerste schijf van het subsidiebedrag samen met de volgende documenten ingediend worden:

  • een kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager nog steeds behoort tot één van de categorieën zoals omschreven in artikel 2§1
  • voor zover deze nog niet bij de aanvraag voorhanden was, een kopie van de stedenbouwkundige vergunning voor de realisatie van het woon-zorgproject
  • voor zover de werken nog geen aanvang hadden genomen op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, het aanvangsbevel van de werken
  • voor zover deze nog niet bij de aanvraag voorhanden was, een bewijs van eigendomstitel: een kopie van de akte van aankoop, verwerving van een zakelijk recht, …
  • het adviesrapport van het eva Toegankelijk Vlaanderen gemaakt op de voorontwerpplannen en de nota van de controle bouwaanvraag
  • het adviesrapport van het Steunpunt Duurzaam Bouwen Limburg (DuboLimburg).

Artikel 16: voorwaarden tot betaling van het saldo

Het saldo van 20 % wordt betaald nadat bij de ingebruikname van het woonzorgproject de volgende documenten ingediend werden:
- verplichte melding dat het project klaar is voor ingebruikname 
- een verslag van de eindcontrole door het eva Toegankelijk Vlaanderen samen met een eventueel weerwoord van de aanvrager
- een verklaring op eer, na afloop van de werken, dat de uitgaven gebeurden conform de bepalingen van het reglement en dat de uitgaven reëel zijn en gestaafd kunnen worden met facturen en betaalbewijzen
- een foto die staaft dat een plaket van het provincielogo aan de voorzijde van het gesubsidieerde bouwproject werd aangebracht
- voor subsidies gelijk aan of hoger dan 24.790,00 euro tijdens de realisatieperiode van het woon-zorgproject jaarlijks vóór 31 augustus de goedgekeurde resultatenrekening en balans van het afgelopen werkjaar. Deze documenten zijn niet verplicht voor gemeenten, OCMW’s en extern verzelfstandigde agentschappen.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 17: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • tijdens het bouwproces steeds de ondersteuning vanwege de provincie te vermelden via een publiciteitspaneel en in alle publicaties. De begunstigde staat in voor het vervaardigen van dit publiciteitspaneel. Tevens wordt een plaket van het provincielogo permanent aan de voorzijde van het gesubsidieerde bouwproject geplaatst. Dit plaket wordt gemaakt en geleverd door de provincie
  • voor alle werken de vereiste vergunningen te verkrijgen, voor zover het bewijs dat deze vergunningen verkregen werden nog niet op het moment van de subsidieaanvraag werd ingediend
  • de werken conform alle wettelijke voorschriften uit te voeren
  • de normen en richtlijnen van het eva Toegankelijk Vlaanderen en het Steunpunt Duurzaam Bouwen maximaal uit te voeren
  • de bestemming van het woon-zorgproject te behouden gedurende 20 jaar
  • een verklaring op eer in te dienen na afloop van de werken dat de uitgaven gebeurden conform de bepalingen van het reglement en dat de uitgaven reëel zijn en gestaafd kunnen worden met facturen en betaalbewijzen
  • samen met de betrokken partijen die de samenwerkingsovereenkomst in het kader van dit reglement hebben ondertekend, de opgedane kennis en ervaringen in het kader van de uitwerking en realisatie van het woon-zorgproject uit te wisselen met potentiële subsidieaanvragers en/of op vraag van de provincie ter beschikking te stellen tijdens vormings- of overlegmomenten.

VIII Controle en sancties

Artikel 18: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 19: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 20: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2016.

Artikel 21: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2015-12-16

De provinciegriffier
Renata Camps

De voorzitter
Gilbert Van Baelen

Contactgegevens dienst

Openingsuren

Het Provinciehuis is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur en van 13.30 tot 17 uur.